Introductie

 
 

In artikel 7:671a lid 2 BW is geregeld dat partijen in een cao kunnen afspreken dat er een onpartijdige en onafhankelijke Cao Ontslagcommissie wordt aangewezen, die in plaats van het UWV oordeelt over verzoeken van werkgevers met betrekking tot voorgenomen ontslagen om bedrijfseconomische redenen (reorganisatie). Het betreft ontslagverzoeken op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW.

 

Partijen bij de Cao Gemeenten en de Cao SGO hebben in artikel 9.15 cao zo een Cao Ontslagcommissie voor de sector gemeenten ingesteld. De Cao Ontslagcommissie is met ingang van 1 januari 2020 ingesteld voor een periode van 4 jaar. Daarna beslissen cao-partijen op basis van een evaluatie over de voortzetting daarvan.

 

De instelling van de Cao Ontslagcommissie in artikel 9.15 cao is een afwijking van driekwart dwingend recht, waarop alleen georganiseerde werkgevers die lid zijn van de VNG of de WSGO een beroep kunnen doen. ‘Vrijwillige volgers’ van de Cao Gemeenten of de Cao SGO kunnen geen beroep op deze regeling doen en moeten zich wenden tot het UWV. 

 

Overgangsrecht

Er geldt overgangsrecht voor werknemers die vóór de invoering van de Wnra per 1 januari 2020 boventallig zijn geworden en na deze datum worden ontslagen. Volgens dit overgangsrecht toetst de Cao Ontslagommissie verzoeken om toestemming voor ontslag van werknemers die vóór 1 januari 2020 boventallig zijn geworden, aan de lokale regels die golden op het moment waarop de betreffende werknemer boventallig is geworden. Deze lokale regels zijn meestal vastgelegd in lokaal geldende sociale plannen, statuten en leidraden. Het overgangsrecht is geregeld in artikel 11.3 van de Aanpassingswet Wnra.

 

Ontslagverzoeken voor werknemers die ná 1 januari 2020 boventallig zijn geworden, worden – net als bij het UWV – beoordeeld aan de hand van de daarvoor geldende bepalingen in de Ontslagregeling en het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015 van het UWV. Op grond van artikel 9.15 lid 6 cao, is artikel 14 van de Ontslagregeling niet van toepassing. Gezien het in hoofdstuk 9 van de cao geregelde Van werk naar werk-traject van 2 jaar, kunnen deze verzoeken op z’n vroegst eind 2021 worden ingediend.