-
Wat is het advies voor de uitvoering na de start van de RVU?
Het advies is om alleen aanvragen te behandelen van werknemers die zich melden. Een brede inventarisatie of toetsing van alle functies is niet nodig.
-
Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten bij de uitvoering?
Bij de uitvoering houdt u rekening met deze punten:
- U kijkt naar de structurele belasting van de functie, niet naar de belastbaarheid van de werknemer.
- De referentiefuncties zijn altijd het uitgangspunt.
- Als een functie daar niet op lijkt, gebruikt u het landelijke aanmeldformulier.
- Werkgevers gebruiken geen eigen normenkader.
- Besluiten worden genomen volgens de lokale mandaatstructuur.
-
Hoe werkt de functietoets (categorietoetsing)?
Er zijn na de beoordeling vervolgens twee mogelijke situaties:
- Het doel, de kern en de belangrijkste werkzaamheden van de functie komen overeen met een referentiefunctie.
In dat geval wordt de functie aangemerkt als zwaar beroep en bestaat directe toegang tot de RVU (mits aan de overige voorwaarden is voldaan).
- Het doel, de kern en de belangrijkste werkzaamheden van de functie komen niet overeen met een referentiefunctie.
In dat geval kan de functie, als het vermoeden bestaat dat het zwaar beroep is, worden gemeld voor een ‘toets’ op zwaar beroep via het meldingsformulier op caogemeenten.nl
Advies: gebruik altijd het vier‑ogenprincipe.
Advies: Vraag alleen aan als u het vermoeden heeft dat het beroep zwaar bevonden zou kunnen worden.
- Het doel, de kern en de belangrijkste werkzaamheden van de functie komen overeen met een referentiefunctie.
-
Kan/moet ik als werkgever een functie die nog geen referentiefunctie is ter validatie aan TNO aanbieden?
Neen, dat gebeurt centraal. De monitoringscommissie biedt namens het LOGA functies aan TNO aan ter validatie.
-
Wat moet lokaal geregeld zijn voor de uitvoering van de RVU?
De organisatie moet zorgen voor:
- een duidelijk aanspreekpunt voor vragen
- een werkend aanvraagproces
- een ingericht beoordelingsproces
- duidelijke rolverdeling en mandaat
- registratie en dossiervorming
-
Waar kunnen werknemers terecht met vragen over de regeling?
Dit moet vooraf duidelijk zijn ingericht, bijvoorbeeld via:
- HR/P&O-afdeling
- leidinggevende
- centraal loket of mailbox
-
Wie controleert of een werknemer voldoet aan de voorwaarden?
Dit moet vooraf zijn vastgelegd, maar ligt in de praktijk bij HR/P&O.
-
Welke voorwaarden moeten worden getoetst?
Bij elke aanvraag wordt gecontroleerd of de werknemer voldoet aan:
- Werkzaam in functieschaal A of schaal 1 t/m 9;
- Maximaal 2 jaar voor de AOW-leeftijd bij de start van de RVU;
- Minimaal 20 dienstjaren bij een werkgever aangesloten bij ABP, waarvan minimaal de laatste 10 jaar werkzaam in de sector gemeenten;
- In de laatste 10 jaar ten minste 7 jaar een zwaar beroep heeft uitgeoefend;
- Het zware beroep voldoet aan de voorwaarden zoals het LOGA die heeft vastgesteld.
-
Wat gebeurt er als niet aan de voorwaarden wordt voldaan?
De aanvraag wordt afgewezen. Dit moet gemotiveerd worden vastgelegd en gecommuniceerd.
-
Hoe wordt bepaald of een functie een zwaar beroep is?
Door de functie te toetsen aan de landelijke referentiefuncties.
-
Wie voert de functietoets uit?
De beoordeling gebeurt centraal via HR/P&O. Leidinggevenden leveren input, maar beoordelen niet zelfstandig.
-
Moet het vier-ogenprincipe worden toegepast?
Ja. Dit wordt aanbevolen om consistentie en kwaliteit te waarborgen.
-
Wat als een functie niet overeenkomt met een referentiefunctie?
Dan wordt de functie gemeld bij de monitoringscommissie voor een nadere toets.
-
Wie doet de melding bij de monitoringscommissie?
Dit moet lokaal worden vastgelegd, maar ligt doorgaans bij HR/P&O.
-
Moet de beoordeling worden vastgelegd?
Ja. De beoordeling moet altijd schriftelijk worden vastgelegd in het dossier.
-
Wie neemt het formele besluit?
Een aangewezen functionaris namens de werkgever, volgens de mandaatstructuur.
-
Speelt het Lokaal Overleg en/of de Ondernemingsraad een rol bij het toetsen van de functies aan de referentiefuncties.
Nee, de regeling is in de cao vastgelegd.