• Home
  • RVU
  • Achtergrond bij de regeling

Achtergrond bij de regeling

 
 

Akkoord Gezond naar pensioen

De Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) vloeit voort uit het landelijke akkoord Gezond naar pensioen. In dit akkoord hebben werkgevers, werknemers en de overheid afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat werkenden hun pensioen op een gezonde manier kunnen bereiken.

Niet voor iedereen is het haalbaar om door te werken tot de AOW-leeftijd. Sommige functies zijn fysiek of mentaal zwaar, of kennen een langdurige hoge belasting. Voor deze groepen is het risico groter dat doorwerken tot de pensioendatum niet mogelijk is. Daarom biedt het akkoord ruimte voor maatwerk. Een van de maatregelen is de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken via de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). De RVU maakt het mogelijk dat werkgevers werknemers met een zwaar beroep financieel ondersteunen bij eerder uittreden, zonder dat hierover – tot een vastgesteld maximum – een fiscale heffing verschuldigd is.

Binnen de gemeentelijke sector zijn deze landelijke afspraken vertaald naar de cao Gemeenten/SGO. Hierbij is gekozen voor een gerichte regeling: alleen werknemers die aan de voorwaarden voldoen én werkzaam zijn in een als zwaar beroep aangemerkte functie, kunnen gebruikmaken van de RVU. De regeling maakt daarmee onderdeel uit van een bredere aanpak gericht op duurzame inzetbaarheid, met als doel dat werknemers hun loopbaan gezond en verantwoord kunnen afronden.

 

Hoe wordt bepaald of een beroep zwaar is? (TNO-methodiek)

Om te bepalen of werk als ‘zwaar beroep’ wordt aangemerkt, wordt gebruikgemaakt van de TNO-methodiek belastende werkkenmerken. Dit is een objectieve en gevalideerde methode die ook in andere sectoren wordt toegepast. De methodiek kijkt niet naar individuele ervaringen, maar naar de structurele belasting die hoort bij een functie. De beoordeling vindt plaats op functieniveau: het gaat om wat het werk gemiddeld vraagt van werknemers, niet om persoonlijke omstandigheden of verschillen tussen individuen. Daarnaast wordt alleen gekeken naar belasting die inherent is aan de functie. Belastingen die voortkomen uit de manier waarop werk is georganiseerd (bijvoorbeeld slechte planning of onvoldoende hulpmiddelen) tellen niet mee. Het gaat juist om de niet-vermijdbare restrisico’s die blijven bestaan, ook als het werk goed is ingericht.

 

Hoe wordt beoordeeld of een beroep ‘zwaar’ is?

De methodiek onderscheidt vijf soorten belasting (belastingvelden):

  1. Werktijden
    Bijvoorbeeld werken in de nacht of in onregelmatige diensten
  2. Fysieke belasting
    Bijvoorbeeld tillen, duwen, ongunstige werkhoudingen
  3. Psychosociale belasting
    Bijvoorbeeld omgaan met agressie of emotioneel belastend werk
  4. Cognitieve belasting
    Bijvoorbeeld langdurige concentratie, complexe besluitvormin
  5. Omgevingsbelasting
    Bijvoorbeeld gevaarlijke situaties, geluid, temperatuur of blootstelling aan stoffen

Deze belastingvelden zijn uitgewerkt in concrete werkkenmerken die systematisch worden beoordeeld. Per werkkenmerk wordt gekeken naar het risico op gezondheidsschade. Daarbij worden drie factoren gecombineerd:

  • hoe vaak de belasting voorkomt (blootstelling)
  • hoe ernstig de mogelijke gezondheidsschade is (effect)
  • hoe groot de kans is dat die schade optreedt (waarschijnlijkheid)
 

Wanneer is een beroep ‘zwaar’?

Een functie kan als zwaar beroep worden aangemerkt als er sprake is van structurele en langdurige belasting die een verhoogd risico geeft op gezondheidsklachten.

Belangrijk daarbij is:

  • het gaat om structurele en langdurige belasting 
  • incidentele of tijdelijke piekbelasting telt niet mee 
  • de beoordeling is objectief en gebaseerd op wetenschappelijke inzichten
 

Waarom deze methode?

De TNO-methodiek zorgt voor een objectieve, consistente en goed onderbouwde beoordeling van functies. Hierdoor wordt voorkomen dat per werkgever of per persoon verschillende maatstaven worden gehanteerd.

 

Belangrijk om te weten

De TNO-methodiek is een hulpmiddel bij het beoordelen van functies. De uiteindelijke vaststelling of sprake is van een zwaar beroep ligt bij de werkgever, binnen de kaders van landelijke afspraken en op basis van vastgestelde (referentie)functies.

 

Waarom dit relevant is voor u

De uitkomst van deze beoordeling bepaalt of een functie als een zwaar beroep wordt aangemerkt. Dit is één van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de RVU.