§1 | VAKANTIE

 

Artikel 6.1 | Wettelijke vakantie-uren

 
     
  1. In elk kalenderjaar heeft de werknemer met een voltijddienstverband recht op 144 uur wettelijke vakantie met behoud van salaris en salaristoelage(n).

  2.  
  3. De wettelijke vakantie-uren vervallen 12 maanden na het kalenderjaar waarin deze vakantie-uren zijn opgebouwd. De vakantie-uren vervallen niet als:

       
    1. de werknemer om medische redenen redelijkerwijs niet in staat was om vakantie op te nemen; of

    2.  
    3. opname door bedrijfs- of dienstbelangen niet mogelijk was.

  4.  
  5. De werknemer kan verzoeken de wettelijke vakantie-uren in te zetten voor een langere vakantieperiode. De werkgever kan daarvoor de termijn in lid 2 verlengen.

 

Artikel 6.2 | Bovenwettelijke vakantie-uren

 
     
  1. Alle vakantie-­uren boven de 144 vakantie­-uren in artikel 6.1 lid 1 zijn bovenwettelijke vakantie­-uren, geregeld in de artikelen 6.3, 6.4 en 6.5.

  2.  
  3. De bovenwettelijke vakantie-uren verjaren 60 maanden na het kalenderjaar waarin deze vakantie-uren zijn opgebouwd.

 

Artikel 6.3 | Bovenwettelijke vakantie-uren door meer te werken

 
     
  1. De werknemer kan verzoeken om in het volgende kalenderjaar meer te werken dan de formele arbeidsduur per jaar.

  2.  
  3. De meer gewerkte uren worden omgezet in bovenwettelijke vakantie.

  4.  
  5. Bij een voltijddienstverband kan maximaal 50,4 uur meer worden gewerkt.

  6.  
  7. De werkgever wijst een verzoek in lid 1 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

 

Artikel 6.4 | Bovenwettelijke vakantie-uren bij onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst

 
     
  1. De werknemer krijgt 14,4 uur bovenwettelijke vakantie als hij:

       
    1. regelmatig en overwegend op onregelmatige uren werkt in artikel 3.11; of

    2.  
    3. regelmatig en in belangrijke mate beschikbaar moet zijn in artikel 3.13.

  2.  
  3. De 14,4 uur geldt ook voor werknemers met een deeltijddienstverband.

 

Artikel 6.5 | Verkoop van bovenwettelijke vakantie-uren

 
     
  1. De werknemer kan elk kalenderjaar maximaal 72 bovenwettelijke vakantie-uren verkopen. Voor de werknemer met een deeltijddienstverband wordt dit aantal naar rato vastgesteld.

  2.  
  3. Bovenwettelijke vakantie-uren die de werknemer heeft gekocht uit het IKB, kan hij niet verkopen.

  4.  
  5. De werkgever wijst een verzoek in lid 1 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

  6.  
  7. Als de werknemer bovenwettelijke vakantie-uren verkoopt, dan krijgt hij per vakantie-uur het salaris per uur in de maand waarin hij de vakantie-uren verkoopt.

 

§2 | VERLOF

 

§2.1 | Feestdagen

 

Artikel 6.6 | Feestdagen

 

De werknemer heeft verlof met behoud van salaris en salaristoelage(n) op:

 
     
  1. Nieuwjaarsdag;

  2.  
  3. tweede Paasdag;

  4.  
  5. Koningsdag;

  6.  
  7. Hemelvaartsdag;

  8.  
  9. tweede Pinksterdag;

  10.  
  11. eerste en tweede Kerstdag;

  12.  
  13. door de werkgever vastgestelde lokale feestdagen.

 

§2.2 | Wazo-verlof

 

Artikel 6.7 | Kortdurend zorgverlof

 
     
  1. Het kortdurend zorgverlof komt voor 50% voor rekening van de werknemer en voor 50% voor rekening van de werkgever.

  2.  
  3. De werkgever en de werknemer komen samen de manier van verrekening van het verlof overeen. Verrekening met bovenwettelijke vakantie-uren is mogelijk.

 

Artikel 6.8 | Langdurend zorgverlof

 
     
  1. De werknemer met langdurend zorgverlof krijgt 50% van het salaris en salaristoelage(n) doorbetaald.

  2.  
  3. Arbeidsongeschiktheid van de werknemer tijdens het langdurend zorgverlof leidt niet tot opschorting van het langdurend zorgverlof.

  4.  
  5. Is de werknemer 7 kalenderdagen arbeidsongeschikt tijdens het langdurend zorgverlof, dan krijgt de werknemer vanaf de achtste kalenderdag weer het volledige salaris en salaristoelage(n).

 

Artikel 6.9 | Zwangerschaps- en bevallingsverlof

 
     
  1. De werknemer met zwangerschaps- en bevallingsverlof krijgt het volledige salaris en salaristoelage(n) doorbetaald.

  2.  
  3. De werknemer werkt mee aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering.

  4.  
  5. De Wazo-uitkering wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de werknemer in lid 1 recht heeft.

  6.  
  7. Handelingen of nalaten van handelingen door de werknemer kunnen gevolgen hebben voor de Wazo-uitkering. De uitkering kan worden verminderd, geheel of gedeeltelijk geweigerd, of een boete kan worden opgelegd. Is sprake van schuld van de werknemer, dan wordt de volledige Wazo-uitkering op het salaris en salaristoelage(n) verminderd.

 

Artikel 6.10 | Ouderschapsverlof

 
     
  1. De werknemer met ouderschapsverlof krijgt gedurende maximaal 13 keer de formele arbeidsduur per week een percentage van het salaris en salaristoelage(n) doorbetaald. Het percentage is bij:

 
  • Schaal
    Percentage
  • schaal 1
     
    90%
  • schaal 2
     
    85%
  • schaal 3
     
    80%
  • schaal 4
     
    70%
  • schaal 5
     
    60%
  • schaal 6 en hoger
     
    50%
 
     
  1. De werknemer mag tijdens het betaald ouderschapsverlof geen betaald werk verrichten. De werkgever kan hierover aanvullende regels stellen.

  2.  
  3. Artikel 6.15 geldt niet voor de werknemer met onbetaald ouderschapsverlof, met uitzondering van lid 1.

  4.  
  5. Bij twee- of meerlingen bestaat voor 1 kind recht op betaald ouderschapsverlof.

  6.  
  7. De werknemer betaalt het salaris en salaristoelage(n), die hij tijdens het ouderschapverlof heeft gekregen, terug als hij zijn arbeidsovereenkomst opzegt of ontslagen wordt op staande voet of wegens verwijtbaar handelen. Deze verplichting geldt niet als de opzegdatum minimaal 6 maanden later is dan de datum waarop het betaalde ouderschapsverlof is geëindigd.

  8.  
  9. De werknemer die zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, heeft geen terugbetalingsverplichting als hij:

       
    1. na ontslag in de sector gemeenten blijft werken; of

    2.  
    3. recht heeft op een WW-uitkering omdat hij zijn echtgenoot of geregistreerde partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.

  10.  
  11. De werknemer heeft een terugbetalingsverplichting als hij tijdens het betaald ouderschapsverlof of binnen 3 maanden daarna op zijn verzoek minder uren gaat werken dan hij direct voor ingang van het ouderschapsverlof vervulde. De werknemer betaalt het salaris en salaristoelage(n) die hij op grond van dit artikel heeft gekregen over de uren waarmee zijn arbeidsovereenkomst wordt verminderd, terug.

  12.  
  13. De werknemer die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt, gaat schriftelijk akkoord met de terugbetalingsverplichting.

 

Artikel 6.11 | Adoptie- en pleegzorgverlof

 
     
  1. De werknemer met adoptie- of pleegzorgverlof krijgt het volledige salaris en salaristoelage(n) doorbetaald.

  2.  
  3. De werknemer werkt mee aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering.

  4.  
  5. De Wazo-uitkering wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de werknemer in lid 1 recht heeft.

  6.  
  7. Handelingen of nalaten van handelingen door de werknemer kunnen gevolgen hebben voor de Wazo-uitkering. De uitkering kan worden verminderd, geheel of gedeeltelijk geweigerd, of een boete kan worden opgelegd. Is sprake van schuld van de werknemer, dan wordt de volledige Wazo-uitkering op het salaris en salaristoelage(n) verminderd.

  8.  
  9. Is de werknemer tijdens adoptie- en pleegzorgverlof arbeidsongeschikt, dan schort dit de termijnen in artikel 7.1 niet op.

 

§2.3 | Andere vormen van verlof

 

Artikel 6.12 | Huwelijk of geregistreerd partnerschap

 

Op de huwelijksdag of de dag waarop de werknemer een geregistreerd partnerschap aangaat, krijgt hij verlof met behoud van salaris en salaristoelage(n).

 

Artikel 6.13 | Lokale vormen van verlof

 

Naast de verlofvormen in deze cao kan de werkgever een regeling vaststellen voor lokale vormen van verlof.

 

Artikel 6.14 | Onbetaald verlof

 
     
  1. De werknemer die minimaal 12 maanden in dienst is, kan om onbetaald verlof verzoeken.

  2.  
  3. Het onbetaalde verlof:  

       
    1. duurt minimaal 1 maand en maximaal 18 maanden in een periode van 5 jaar;

    2.  
    3. wordt voor maximaal 1 periode per kalenderjaar gegeven.

  4.  
  5. De werkgever kan afwijken van lid 1 en 2.

  6.  
  7. De werknemer dient het verzoek minimaal 3 maanden voor de gewenste ingangsdatum in.

  8.  
  9. Het onbetaalde verlof kan tussentijds niet worden beëindigd. Dit kan alleen als de werkgever en de werknemer hiermee instemmen.

  10.  
  11. Een verzoek om onbetaald verlof direct voorafgaand aan de pensionering wordt voor maximaal 36 maanden toegekend, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

 

Artikel 6.15 | Aanspraken tijdens onbetaald verlof

 
     
  1. De werknemer bouwt over het onbetaald verlof geen vakantie-­uren op.

  2.  
  3. Over het onbetaald verlof krijgt de werknemer geen salaris, salaristoelagen, vergoedingen en uitkeringen.

  4.  
  5. Tijdens het onbetaald verlof krijgt de werknemer de gehele tegemoetkoming in de kosten van de collectieve zorgverzekering zoals in artikel 3.24.

  6.  
  7. Tijdens het onbetaald verlof blijft het verhaal van de pensioenpremies en VPL-premie voor de werkgever en werknemer gelijk aan het bedrag dat volgens het Pensioenreglement verschuldigd is. Duurt het onbetaald verlof langer dan 3 maanden, dan verhaalt de werkgever naast het verschuldigde werknemersdeel van de premies ook het verschuldigde werkgeversdeel van de premies op de werknemer. Bij gedeeltelijk verlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld.

 

Artikel 6.16 | Samenloop onbetaald verlof met zwangerschaps- en bevallingsverlof

 

Het onbetaald verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof.

 

Artikel 6.17 | Samenloop onbetaald verlof met arbeidsongeschiktheid

 
     
  1. Is de werknemer die gedeeltelijk onbetaald verlof heeft arbeidsongeschikt, dan eindigt het verlof met ingang van de vijftiende kalenderdag van arbeidsongeschiktheid.

  2.  
  3. Is de werknemer die volledig onbetaald verlof heeft langer dan 14 kalenderdagen arbeidsongeschikt, dan kan de werkgever in schrijnende gevallen besluiten het onbetaald verlof te beëindigen. Dit kan niet wanneer er sprake is van verlof voorafgaand aan pensionering.

 

Artikel 6.18 | Politiek verlof

 
     
  1. In aanvulling op artikel 7.643 BW heeft ook de werknemer die gekozen is als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal verlof zonder behoud van salaris en salaristoelage(n).

  2.  
  3. De werkgever kan ter uitvoering hierover aanvullende regels stellen.

 

Artikel 6.19 | Verlof voormalige verlofspaarmogelijkheid

 

De werknemer die voor 1 april 2006 in het kader van de voormalige verlofspaarmogelijkheid verlof heeft opgebouwd, behoudt het recht op dat verlof volgens de regels in bijlage 5B.