• Home
  • Cao
  • Salaris, salaristoeslagen en vergoedingen
Salaris, salaristoeslagen en vergoedingen

Hoofdstuk 3 Salaris, salaris­toeslagen en vergoedingen

 
 

§1 | ALGEMEEN

 

Artikel 3.1 | Vaststellen en waarderen functies

 
     
  1. De werkgever stelt de functies vast.

  2.  
  3. De werkgever beschrijft en waardeert elke functie volgens een systeem van functiewaardering. Het systeem van functiewaardering wordt door de werkgever vastgesteld en staat niet in de cao.

  4.  
  5. De werkgever stelt de conversietabel vast. De werkgever vertaalt, op basis van die conversietabel, de waardering van elke functie in een schaal.

 

Artikel 3.2 | Uitbetalen

 

De uitbetaling van salaris, salaristoelage(n), vergoedingen en uitkeringen vindt maandelijks plaats, tenzij in deze cao anders is bepaald.

 

§2 | SALARIS

 

Artikel 3.3 | Overeenkomen van het salaris

 
     
  1. De werkgever en de werknemer komen een salaris overeen, dat staat in de salaristabel die hoort bij de functieschaal.

  2.  
  3. De werkgever en de werknemer kunnen 1 schaal lager dan de functieschaal overeenkomen. Dat kan als de werknemer nog niet voldoet aan eisen van ervaring, geschiktheid en bekwaamheid.

  4.  
    1.  
    2. De salaristabel is per 1 januari 2020:

 
Salarisschaal
Periodiek
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1601
1638
1680
1728
1778
1896
2127
2435
3520
2914
1
1638
1693
1749
1805
1863
1982
2217
2533
2817
3050
2
1678
1748
1819
1882
1947
2069
2307
2632
2932
3185
3
1718
1804
1888
1959
2032
2155
2396
2731
3047
3321
4
1758
1859
1957
2036
2117
2242
2486
2829
3162
3457
5
1799
1914
2027
2113
2202
2328
2575
2928
3277
3593
6
1839
1968
2096
2190
2287
2414
2665
3027
3393
3728
7
1879
2023
2165
2267
2371
2500
2755
3126
3508
3863
8
1919
2078
2235
2345
2456
2587
2845
3224
3623
3999
9
1959
2133
2304
2421
2541
2673
2934
3323
3738
4135
10
1999
2188
2373
2498
2625
2760
3024
3422
3853
4270
11
2039
2243
2442
2575
2711
2846
3114
3520
3968
4406
 

NB. Lid 4 is van toepassing.

 
Salarisschaal
Periodiek
10A
11
11A
12
13
14
15
16
17
18
0
3212
3491
3843
4194
4683
4975
5349
5728
6338
7026
1
3352
3635
3987
4339
4824
5146
5547
5958
6586
7293
2
3490
3780
4131
4482
4966
5317
5745
6188
6835
7559
3
3630
3924
4275
4623
5107
5487
5942
6419
7083
7827
4
3768
4069
4419
4765
5249
5658
6140
6649
7331
8093
5
3908
4213
4561
4907
5391
5830
6337
6879
7580
8360
6
4046
4358
4702
5048
5532
6001
6535
7109
7828
8627
7
4186
4500
4844
5189
5674
6172
6733
7339
8076
8894
8
4324
4642
4986
5331
5816
6343
6931
7569
8325
8325
9
4463
4784
5127
5473
5957
6513
7128
7800
8573
9428
10
4599
4925
5268
5614
6098
6685
7326
8030
8821
9694
11
4735
5067
5410
5756
6240
6856
7524
8260
9069
9962
 

NB. Lid 4 is van toepassing. 

 

            b.      De salaristabel is per 1 juli 2020:

 
Salarisschaal
Periodiek
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1617
1655
1697
1745
1796
1915
2149
2459
2729
2943
1
1655
1710
1767
1823
1881
2002
2239
2559
2845
3081
2
1695
1766
1837
1901
1967
2089
2330
2658
2961
3217
3
1736
1822
1907
1978
2053
2177
2420
2758
3078
3354
4
1776
1877
1977
2056
2138
2264
2511
2857
3194
3491
5
1817
1933
2047
2134
2224
2351
2601
2957
3310
3628
6
1857
1988
2117
2212
2310
2438
2692
3057
3427
3765
7
1897
2043
2187
2290
2395
2525
2782
3157
3543
3902
8
1938
2099
2257
2368
2481
2613
2873
3257
3659
4039
9
1978
2154
2327
2445
2567
2700
2964
3356
3776
4176
10
2019
2210
2397
2523
2652
2787
3055
3456
3892
4313
11
2059
2266
2467
2601
2738
2875
3145
3556
4008
4450
 

NB. Lid 4 is van toepassing

 
Salarisschaal
Periodiek
10A
11
11A
12
13
14
15
16
17
18
0
3244
3526
3881
4236
4730
5024
5403
5785
6402
7096
1
3385
3672
4027
4382
4873
5197
5602
6018
6652
7366
2
3525
3818
4173
4526
5016
5370
5802
6250
6903
7635
3
3666
3963
4318
4669
5158
5542
6001
6483
7154
7905
4
3806
4109
4463
4813
5301
5715
6201
6715
7405
8174
5
3947
4255
4606
4956
5444
5888
6401
6948
7655
8444
6
4087
4402
4749
5098
5588
6061
6601
7180
7906
8713
7
4228
4545
4893
5241
5731
6234
6800
7412
8157
8983
8
4368
4689
5036
5384
5874
6406
7000
7645
8408
9252
9
4507
4832
5178
5527
6016
6579
7199
7878
8659
9252
10
4645
4975
5321
5670
6159
6751
7399
8110
8909
9791
11
4783
5118
5464
5814
6302
6924
7599v
8343
9160
10061
 

NB. Lid 4 is van toepassing

 

            c.      De salaristabel is per 1 oktober 2020:

 
Salarisschaal
Periodiek
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1633
1671
1714
1762
1814
1934
2170
2484
2756
2973
1
1671
1727
1784
1841
1900
2022
2261
2584
2874
3111
2
1712
1784
1855
1920
1986
2110
2353
2685
2991
3249
3
1753
1840
1926
1998
2073
2198
2444
2785
3108
3388
4
1794
1896
1997
2077
2160
2287
2536
2886
3226
3526
5
1835
1952
2067
2155
2246
2375
2627
2987
3343
3665
6
1875
2007
2138
2234
2333
2462
2719
3088
3461
3803
7
1916
2064
2209
2313
2419
2551
2810
3189
3579
3941
8
1957
2120
2279
2392
2505
2639
2902
3289
3696
4080
9
1998
2176
2350
2470
2592
2727
2993
3390
3813
4218
10
2039
2232
2421
2548
2678
2815
3085
3490
3931
4356
11
2080
2288
2492
2627
2765
2904
3176
3591
4048
4494
 

NB. Lid 4 is van toepassing 

 
Salarisschaal
Periodiek
10A
11
11A
12
13
14
15
16
17
18
0
3277
3561
3920
4279
4777
5075
5457
5843
6466
7167
1
3419
3708
4067
4426
4921
5249
5658
6078
6719
7439
2
3560
3856
4214
4572
5066
5424
5860
6312
6972
7711
3
3703
4003
4361
4716
5210
5598
6061
6548
7225
7984
4
3844
4150
4508
4861
5354
5772
6263
6782
7479
8256
5
3986
4298
4652
5005
5499
5947
6465
7017
7732
8528
6
4128
4446
4797
5149
5643
6121
6667
7252
7985
8800
7
4270
4591
4941
5294
5788
6296
6868
7487
8239
9073
8
4411
4735
5086
5438
5932
6471
7070
7721
8492
9345
9
4552
4880
5230
5583
6076
6644
7271
7957
8745
9617
10
4691
5024
5374
5727
6221
6819
7473
8191
8998
9889
11
4831
5169
5519
5872
6365
6994
7675
8426
9252
10162
 

NB. Lid 4 is van toepassing

 
     
  1. Als het schaalbedrag onder het voor de werknemer geldende WML ligt, heeft de werknemer minimaal recht op het voor hem geldende WML overeenkomstig de bepalingen in de WML voor werknemers van 21 jaar en ouder.

  2.  
  3. Voor de werknemer in artikel 2.7 lid 1 geldt een aparte schaal A. De salarisbedragen in schaal A worden geïndexeerd op de ontwikkeling van het WML en elk jaar op 1 januari en 1 juli vastgesteld door het LOGA. Het bedrag in schaal A van periodiek 0 is het WML. Het bedrag in schaal A van periodiek 11 is 120% van het WML.

  4.  
  5. De salaristabel schaal A is op 1 januari 2020:

 
Schaal A
1-1-2020
0
1.653,60
1
1.683,67
2
1.713,73
3
1.743,80
4
1.773,86
5
1.803,93
6
1.833,99
7
1.864,06
8
1.894,12
9
1.924,19
10
1.954,25
11
1.984,32
 

De tabel die geldt per 1 juli 2020 wordt gepubliceerd op www.caogemeenten.nl.

 

Artikel 3.4 | Salarisverhoging

 
     
  1. Jaarlijks wordt het salaris van de werknemer verhoogd naar de volgende periodiek van de functieschaal als de werknemer:

       
    1. voldoende functioneert, en

    2.  
    3. het maximum van de functieschaal nog niet heeft bereikt, en

    4.  
    5. minimaal 12 maanden geleden in dienst is gekomen, de laatste periodieke salarisverhoging kreeg of promotie kreeg.

  2.  
  3. De werkgever kan voor een werknemer of een groep werknemers een vaste periodiekdatum vaststellen. De eerste periodiek kan dan in de eerste 12 maanden van het dienstverband plaatsvinden.

  4.  
  5. De werkgever kan aan het geven van een salarisverhoging aanvullende voorwaarden verbinden.

  6.  
  7. De werkgever kan een extra periodieke salarisverhoging geven.

 

Artikel 3.5 | Verlaging salarisschaal

 
     
  1. De werkgever en de werknemer kunnen overeenkomen dat de werknemer een andere functie met een lager salaris gaat uitoefenen met aanpassing van het salaris.

  2.  
  3. Hoofdstuk 3.6 van het Pensioenreglement is van toepassing als de werknemer zijn loopbaan afbouwt en binnen 10 jaar de AOW-leeftijd bereikt.

 

Artikel 3.6 | Promotie

 

De werknemer die door promotie in een hogere salarisschaal komt, krijgt vanaf de dag dat de promotie ingaat een hoger salaris. 

 

Artikel 3.7 | Uitloopschaal

 

Doorgroei van het salaris van de werknemer naar een uitloopschaal is mogelijk als dit op 31 december 2015 in een regeling stond.

 

§3 | SALARISTOELAGEN

 

Artikel 3.8 | Functioneringstoelage

 
     
  1. De werkgever kan aan de werknemer een functioneringstoelage geven als de werknemer:

       
    1. het maximum van de functieschaal heeft bereikt; en

    2.  
    3. meerdere jaren zeer goed of uitstekend zijn werk heeft gedaan; of

    4.  
    5. bijzondere prestaties heeft geleverd.

  2.  
  3. De functioneringstoelage duurt maximaal 12 maanden. De werkgever kan na die 12 maanden opnieuw een functioneringstoelage geven.

  4.  
  5. De functioneringstoelage is maximaal 10% van het salaris.

 

Artikel 3.9 | Arbeidsmarkttoelage

 
     
  1. De werkgever kan aan de werknemer een arbeidsmarkttoelage geven als het moeilijk is personeel in dat vakgebied te krijgen.

  2.  
  3. De arbeidsmarkttoelage duurt maximaal 36 maanden. Na deze periode kan opnieuw een arbeidsmarktoelage worden gegeven als de knelpunten op de arbeidsmarkt voortduren.

  4.  
  5. De arbeidsmarkttoelage is maximaal 10% van het salaris.

 

Artikel 3.10 | Waarnemingstoelage

 
     
  1. De werknemer die tijdelijk een hoger gewaardeerde functie waarneemt, krijgt voor die periode een waarnemingstoelage. Dit geldt niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie.

  2.  
  3. De waarnemingstoelage is bij volledige waarneming het verschil tussen het salaris van de werknemer en het salaris dat hij zou krijgen in de hogere functieschaal.

  4.  
  5. Bij gedeeltelijke waarneming krijgt de werknemer een waarnemingstoelage naar rato.

 

Artikel 3.11 | Toelage onregelmatige dienst

 
     
  1. De werknemer die valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden in artikel 5.5 krijgt een toelage onregelmatige dienst als hij op onregelmatige uren werkt.

  2.  
  3. De toelage is een percentage van het salaris per uur van de werknemer:

 
  • Onregelmatige dienst op
    Percentage
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 06.00 en 08.00 en tussen 18.00 en 22.00 uur
     
    20%
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 00.00 en 06.00 en tussen 22.00 en 24.00 uur
     
    40%
  • Zaterdag Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    40%
  • Zondag en feestdagen in artikel 6.6 Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    65%
 
     
  1. Het salaris per uur is hierbij maximaal gelijk aan het maximumsalaris van salarisschaal 6.

  2.  
  3. De werknemer krijgt geen toelage onregelmatige dienst als hij in 1 week maar 1 keer maximaal 3 uur op onregelmatige tijden heeft gewerkt.

 

Artikel 3.12 | Buitendagvenstertoelage

 
     
  1. De werknemer krijgt een buitendagvenstertoelage als:

       
    1. de werknemer onder de standaardregeling voor de werktijden in artikel 5.4 valt; en

    2.  
    3. de werkgever met de werknemer is overeengekomen dat hij buiten het dagvenster werkt.

  2.  
  3. De buitendagvenstertoelage is een percentage van het salaris per uur van de werknemer:

 
  • Buitendagvenster op
    Percentage
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 00.00 en 24.00 uur buiten het dagvenster
     
    50%
  • Zaterdag Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    75%
  • Zondag en feestdagen in artikel 6.6 Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    100%
 
     
  1. De werknemer die tijdens een beschikbaarheidsdienst wordt opgeroepen, krijgt over de gewerkte uren buiten het dagvenster ook een buitendagvenstertoelage.

  2.  
  3. Als de werknemer en de werkgever het niet eens worden over afwijkende werktijden in de standaardregeling in artikel 5.4 lid 11, dan krijgt de werknemer een buitendagvenstervergoeding voor de gewerkte uren.

  4.  
  5. De werknemer met een functie in functieschaal 11 of hoger krijgt geen buitendagvenstertoelage.

 

Artikel 3.13 | Toelage beschikbaarheidsdienst

 
     
  1. De werknemer die buiten de voor hem geldende werktijden beschikbaarheidsdienst heeft, krijgt een toelage beschikbaarheidsdienst, ook als hij wordt opgeroepen om te werken.

  2.  
  3. De toelage beschikbaarheidsdienst is een percentage van het salaris per uur van de werknemer:

 
  • Beschikbaarheidsdienst op
    Percentage
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    5%
  • Zaterdag, zondag en feestdagen in artikel 6.6 Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    10%
 
     
  1. Het salaris per uur is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk aan het maximumsalaris van salarisschaal 7.

  2.  
  3. De werkgever kan ten gunste van de werknemer van dit artikel afwijken als de werknemer als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de werknemer werkzaam is in het crisispiket.

 

Artikel 3.14 | Inconveniëntentoelage

 

De werkgever kan een regeling vaststellen voor de toekenning van een inconveniëntentoelage bij niet vermijdbaar, zwaar, onaangenaam of gevaarlijk werk.

 

Artikel 3.15 | Garantietoelage

 

De werkgever kan aan een werknemer van wie het salaris of salaristoelage(n) lager worden een garantietoelage geven.

 

Artikel 3.16 | Afbouwtoelage

 
     
  1. Als de toelage onregelmatige dienst, de toelage beschikbaarheidsdienst of de inconveniëntentoelage blijvend lager wordt of eindigt, krijgt de werknemer een afbouwtoelage. Dit geldt als:

       
    1. de werknemer de reden van de verlaging niet zelf heeft veroorzaakt; en

    2.  
    3. de werknemer deze salaristoelage(n) zonder onderbreking van meer dan 2 maanden tijdens minimaal 36 maanden heeft gekregen; en

    4.  
    5. het bedrag van de verlaging of beëindiging minimaal 3% van het salaris is.

  2.  
  3. De afbouwtoelage duurt maximaal 36 maanden en is een percentage van het af te bouwen bedrag:

 
  • Duur afbouwtoelage
    Percentage
  • Van 1 tot en met 12 maanden
     
    75%
  • Van 13 tot en met 24 maanden
     
    50%
  • Van 25 tot en met 36 maanden
     
    25%
 
     
  1. De afbouwtoelage wordt verrekend met een salarisverhoging die de werknemer krijgt als hij een hoger gewaardeerde functie gaat uitoefenen.

  2.  
  3. Als de hoogte van het af te bouwen bedrag wisselde, is de afbouwtoelage het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden.

  4.  
  5. Dit artikel geldt niet als voor de werknemer voorzieningen zijn getroffen in een sociaal plan.

 

§4 | VERGOEDINGEN

 

Artikel 3.17 | Jubileumuitkering

 
     
  1. De werknemer krijgt een jubileumuitkering als hij 25, 40 en 50 jaar in dienst is bij een bij de Stichting Pensioen fonds ABP aangesloten werkgever.

  2.  
  3. Bij 25 jaar is de jubileum uitkeringde helft van het salaris en salaris­toelage(n) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%. Bij 40 en 50 jaar is de jubileumuitkering het salaris en salaristoelage(n) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%.

  4.  
  5. De werknemer krijgt een jubileumuitkering naar rato als de werknemer:

       
    1. binnen 5 jaar na de ontslagdatum een jubileumuitkering gekregen zou hebben; én

    2.  
    3. de AOW­-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; én

    4.  
    5. ontslag wegens opheffing van de functie in artikel 7:669 lid 3, onder a BW krijgt; of

    6.  
    7. ontslag krijgt omdat hij volledig arbeidsongeschikt is naar het oordeel van UWV in artikel 7:669 lid 3, onder b BW.

  6.  
  7. De laatste maand voor de datum van ontslag is de basis voor de jubileumuitkering.

 

Artikel 3.18 | Uitstekend functioneren of bijzondere prestaties

 

De werkgever kan een regeling vaststellen voor de eenmalige toekenning van een bedrag aan 1 werknemer of een groep werknemers voor uitstekend functioneren of bijzondere prestaties. De werkgever kan het bedrag in meerdere termijnen uitbetalen.

 

Artikel 3.19 | Overwerkvergoeding

 
     
  1. De werknemer die overwerk verricht en valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden in artikel 5.5 krijgt een overwerkvergoeding.

  2.  
  3. De overwerkvergoeding bestaat uit:

       
    1. verlof en

    2.  
    3. een bedrag.

  4.  
  5. Het verlof is gelijk aan het aantal gewerkte uren overwerk en wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip.

  6.  
  7. Het bedrag is een percentage van het salaris per uur over het aantal gewerkte uren:

 
  • Overwerk op
    Percentage
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 06.00 en 20.00 uur
     
    25%
  • Maandag tot en met vrijdag Tussen 20.00 en 24.00 uur
     
    50%
  • Dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag Tussen 00.00 en 06.00 uur
     
    50%
  • Maandag of de dag volgend op een feestdag Tussen 00.00 en 06.00 uur
     
    75%
  • Zaterdag Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    75%
  • Zondag en feestdagen in artikel 6.6 Tussen 00.00 en 24.00 uur
     
    100%
 
     
  1. Op verzoek van de werknemer en voor zover bedrijfs-­ en dienstbelangen dit toelaten kan de werknemer het verlof opnemen op een door hem aangegeven tijdstip.

  2.  
  3. Als het verlenen van verlof niet mogelijk is, wordt het verlof uitbetaald. De overwerk vergoeding bestaat dan alleen uit een bedrag. Dat bedrag is het salaris per uur vermeerderd met een percentage van het salaris per uur in lid 4.

  4.  
  5. De werknemer die tijdens een beschikbaarheidsdienst wordt opgeroepen, krijgt over de gewerkte uren ook een overwerkvergoeding.

  6.  
  7. De werknemer met een functie in functieschaal 11 of hoger krijgt geen overwerkvergoeding.

  8.  
  9. De werkgever kan ten gunste van de werknemer van dit artikel afwijken als de werknemer als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de werknemer werkzaam is in het crisispiket.

 

Artikel 3.20 | Vergoeding BHV, EHBO en interventieteam

 
     
  1. De werknemer krijgt een vergoeding als hij naast zijn functie werkzaamheden verricht als:

       
    1. bedrijfshulpverlener in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet; of

    2.  
    3. EHBO’er; of

    4.  
    5. lid van een anti­-agressie­- of interventieteam. 

 

Voor het krijgen van de vergoeding is vereist dat de werknemer deelneemt aan opleiding en oefeningen.

 
     
  1. De vergoeding is € 220,-­ per jaar, ongeacht de omvang van het dienstverband en ook als werknemer meerdere werkzaamheden in lid 1 verricht.

 

Artikel 3.21 | Reis- en verblijfskostenvergoeding

 

De werkgever stelt een regeling vast voor vergoeding van reis-­ en verblijffkosten voor reizen die de werknemer voor de werkgever heeft gemaakt. Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van het 2e klasse tarief.

 

Artikel 3.22 | Reiskostenvergoeding woon-werk

 
     
  1. De werkgever kan een regeling vaststellen voor de vergoeding van reiskosten woon-­werkverkeer.

  2.  
  3. Als de werknemer tijdens zijn dienstverband:

       
    1. moet gaan werken op een andere locatie die niet met het openbaar vervoer te bereiken is; of

    2.  
    3. door de opgedragen werktijden de locatie niet per openbaar vervoer kan bereiken, dan krijgt hij een kilometervergoeding. De werkgever bepaalt de hoogte van deze kilometervergoeding. De werkgever en de werknemer kunnen in overleg een andere vorm van compensatie bepalen.

 

Artikel 3.23 | Collectieve zorgverzekering

 
     
  1. De VNG sluit een collectieve zorgverzekering af waar werknemers aan deel kunnen nemen. Ook postactieven en inactieven kunnen deelnemen aan de collectieve zorgverzekering.

  2.  
  3. Een inactieve in lid 1 is de oud-werknemer met een WW-­ of reparatie-uitkering, na­-wettelijke uitkering,
    WAO-uitkering, WIA-­uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van de werkgever.

  4.  
  5. Een postactieve in lid 1 is de oud-werknemer met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan de uitkering of dit pensioen in dienst was van de werkgever of een inactieve was.

 

Artikel 3.24 | Tegemoetkoming kosten collectieve zorgverzekering

 
     
  1. De werknemer krijgt een tegemoetkoming in de kosten van de collectieve zorgverzekering.

  2.  
  3. De werkgever betaalt de tegemoetkoming jaarlijks in december uit.

  4.  
  5. De hoogte van de tegemoetkoming is, ongeacht de omvang van het dienstverband:

       
    1. €296,- voor de werknemer met een salaris lager of gelijk het maximum van salarisschaal 6;

    2.  
    3. €168,-­ voor de werknemer met een hoger salaris dan in sub a.

 

De maand december is hiervoor de peildatum. Bij uitdiensttreding geldt hiervoor de laatste maand van het dienstverband.

 
     
  1. Bij indiensttreding of ontslag na 1 januari krijgt de werknemer de tegemoetkoming naar rato.

 

Artikel 3.25 | TOR

 

De werknemer die een TOR krijgt, behoudt dat recht op een TOR volgens de regels in bijlage 5A.