Rechten en plichten

Hoofdstuk 11 Rechten en plichten

 
 
 

Artikel 11.1 | Dragen van uniform of dienstkleding

 
     
  1. De werknemer draagt tijdens zijn werkzaamheden de voorgeschreven kleding en onderscheidingstekens.

  2.  
  3. Andere tekens op de kleding zijn niet toegestaan. De werkgever kan op verzoek van de werknemer een uitzondering maken. Het verbod geldt niet voor ordetekenen die met toestemming van een hoger bestuursorgaan zijn aangenomen of worden gedragen.

  4.  
  5. De werknemer mag de kleding tijdens betogingen of optochten slechts dragen als hij toestemming van de werkgever heeft.

  6.  
  7. De werkgever kan een regeling overeenkomen over het geven, reinigen en herstellen van de kleding.

 

Artikel 11.2 | Infectieziekten

 
     
  1. Als de werknemer contact heeft of heeft gehad met iemand met een besmettelijke ziekte, meldt hij dat aan de werkgever. Het gaat om de ziekten in de categorieën A, B1, B2 en C in de Wet publieke gezondheid.

  2.  
  3. De werknemer mag zijn functie dan tijdelijk niet uitoefenen. De werkgever bepaalt op medisch advies wanneer de werknemer weer mag werken.

  4.  
  5. De werknemer krijgt zijn salaris en salaristoelage(n) zolang hij niet mag werken doorbetaald.

 

Artikel 11.3 | Gebruik motorrijtuig

 
     
  1. De werknemer mag een motor rijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen alleen met toestemming van de werkgever voor zijn werk gebruiken. Dit om de door de werkgever te betalen kosten voor een tegemoetkoming van de gebruikskosten van de werknemer te kunnen beheersen.

  2.  
  3. Als de werkgever toestemming verleent, kan de werkgever aan het gebruik voorwaarden stellen.

 

Artikel 11.4 | Schorsing als ordemaatregel

 
     
  1. De werkgever kan de werknemer schorsen als:

       
    1. tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld;

    2.  
    3. bedrijfs- of dienstbelangen dat noodzakelijk maken.

  2.  
  3. De werkgever meldt de werknemer schriftelijk waarom hij wordt geschorst en wanneer de schorsing begint en eindigt.

  4.  
  5. De werknemer krijgt tijdens de schorsing salaris en salaristoelage(n).

 

Artikel 11.5 | Geschilbeslechting

 
     
  1. De werkgever en de werknemer werken mee aan bemiddeling om een geschil tussen hen op te lossen.

  2.  
  3. Als deze bemiddeling niet tot een oplossing heeft geleid, is een geschillencommissie bevoegd om kennis te nemen van een geschil genoemd in lid 3. Het advies van de geschillencommissie is zwaarwegend.

  4.  
  5. De werkgever stelt een geschillencommissie in, of sluit zich aan bij een regionale geschillencommissie, voor de behandeling van individuele geschillen tussen de werkgever en de werknemer over:

     

       
    1. de individuele toepassing van een functiewaarderingssysteem;

    2.  
    3. afspraken in het Van werk naar werk-­traject;

    4.  
    5. de individuele toepassing van een sociaal plan of een sociaal statuut.

 

De werkgever kan de bevoegdheid van de geschillencommissie met andere onderwerpen uitbreiden. Een voorbeeldreglement is opgenomen in bijlage 1.

 

Artikel 11.6 | Werkzaamheden bij buitengewone omstandigheden

 
     
  1. De werkgever kan de werknemer aanwijzen om bij oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te verrichten. Deze andere werkzaamheden dragen bij aan een zo goed en ongestoord mogelijke uitvoering van de taak die de werkgever in die buitengewone omstandigheden heeft.

  2.  
  3. De werkgever kan de werknemer aanwijzen om werkzaamheden te verrichten in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Bij een ramp of crisis als in artikel 1 Wet veiligheidsregio’s werkt de werknemer onder leiding en toezicht van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis plaatsvindt.

  4.  
  5. De aanwijzing in lid 1 of 2 vindt alleen plaats als de persoonlijke omstandigheden van de werknemer dat redelijkerwijs toelaten.

  6.  
  7. De aangewezen werknemer moet lessen volgen en aan oefeningen deelnemen die verband houden met de betreffende werkzaamheden.