• Home
  • Cao
  • Lokaal overleg met vakbonden
Lokaal overleg met vakbonden

Hoofdstuk 12 Lokaal overleg met vakbonden

 
 
 

Artikel 12.1 | Het lokaal overleg

 
     
  1. Het lokaal overleg vindt plaats tussen de werkgever en vakbonden.

  2.  
  3. De werkgever nodigt vakbonden die partij zijn bij de cao uit voor het lokaal overleg.

  4.  
  5. Een andere vakbond kan deelnemen aan het lokaal overleg. Een verzoek om deel te nemen aan het overleg wordt door de deelnemers aan het overleg besproken.

  6.  
  7. De werkgever wijst 1 of meer vertegen­woordigers aan voor het lokaal overleg.

  8.  
  9. Iedere vakbond wijst 1 of meer vertegen woordigers aan voor het lokaal overleg.

 

Artikel 12.2 | Onderwerpen

 
     
  1. Het lokaal overleg betreft:

       
    1. invoering, wijziging of intrekking van lokale regelingen/bepalingen op basis van de ruimte die artikelen in de cao geven, namelijk

         
      1. artikel 3.1 lid 3 Conversietabel functiewaardering- en beloning

      2.  
      3. artikel 3.7 Uitloopschaal

      4.  
      5. artikel 3.14 Inconveniëntentoelage

      6.  
      7. artikel 3.21 Reis- en verblijfskostenregeling

      8.  
      9. artikel 3.22 lid 1 Reiskostenvergoeding woon-werk

      10.  
      11. artikel 4.2 lid 5 Bronnen IKB

      12.  
      13.  
      14. artikel 6.2 lid 1 Lokale regelingen bovenwettelijke vakantie-uren

      15.  
      16. artikel 6.6 sub g Lokale feestdagen

      17.  
      18. artikel 6.13 Lokale vormen van verlof

      19.  
      20. artikel 9.1 lid 2 Aanvullende afspraken Van werk naar werk-traject

    2.  
    3. afspraken over een sociaal statuut/plan.

 
     
  1. De werkgever en de vakbonden kunnen in het lokaal overleg ook andere onderwerpen bespreken die van wederzijds belang zijn.

  2.  
  3. De werkgever informeert de vakbonden over een voornemen tot een belangrijke wijziging in de organisatie.

  4.  
  5. De werkgever kan in een sociaal statuut kaders vaststellen

       
    1. hoe de personele gevolgen van een belangrijke wijziging in de organisatie worden opgevangen; en

    2.  
    3. over het nader overleg met de vakbonden en het betrekken van de werknemers bij de verandering.

  6.  
  7. Als de werkgever en de vakbonden het eens zijn dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover (aanvullende) afspraken moeten worden gemaakt, stelt de werkgever een sociaal plan op. Onder ingrijpende personele gevolgen wordt in elk geval verstaan situaties waarin sprake is van mogelijk ontslag, uitplaatsing bij privatisering of verzelfstandiging, en overplaatsing naar andere publiekrechtelijke organisaties.

  8.  
  9. Schriftelijke afspraken die gemaakt zijn in het lokaal overleg over de in lid 1, onder a genoemde aangelegenheden maken onderdeel van deze cao uit. De looptijd van deze lokale afspraken is gelijk aan de looptijd van de cao, tenzij partijen in het lokaal overleg uitdrukkelijk een andere looptijd zijn overeengekomen. De afspraken zullen door de werkgever op de bij de werkgever gebruikelijke wijze aan de werknemers bekend worden gemaakt.

 

Artikel 12.3 | Afspraken over de werkwijze

 
     
  1. De werkgever en de vakbonden leggen de afspraken over de werkwijze van het lokaal overleg met de vakbonden vast in een reglement.

  2.  
  3. Een voorstel tot invoering, wijziging of intrekking van een afspraak of regeling in artikel 12.2 lid 1 en 2 wordt alleen uitgevoerd als daarover overeenstemming is in het lokaal overleg. In het reglement wordt vastgelegd welke regels gelden voor de vaststelling van de overeenstemming.

  4.  
  5. Het reglement regelt hoe partijen kunnen handelen als zij in het lokaal overleg geen overeenstemming lijken te bereiken.

  6.  
  7. Een voorbeeldreglement lokaal overleg is opgenomen in bijlage 2.

 

Artikel 12.4 | Vakbondsverlof

 
     
  1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

       
    1. Centrales van overheidspersoneel:

         
      1. de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP);

      2.  
      3. de Christelijke Centrale van overheids­- en onderwijs personeel (CCOOP);

      4.  
      5. de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF).

    2.  
    3. Vakverenigingen: de verenigingen van werknemers die zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van overheidspersoneel.

  2.  
  3. Aan de werknemer die:

       
    1. lid is van het (hoofd)bestuur;

    2.  
    3. lid is van een landelijk bestuur, vakgroep of raad;

    4.  
    5. afgevaardigde is van een afdeling, waarbij geldt dat van elke afdeling voor iedere 50 leden of gedeelte daarvan aan maximaal 2 afgevaardigden tot een maximum van 10 afgevaardigden verlof wordt verleend;
      wordt tenzij de belangen van de organisatie zich daartegen verzetten verlof verleend met behoud van salaris en salaristoelage(n):

         
      1. voor het deelnemen aan bestuursvergaderingen binnen de vakvereniging, landelijke vakgroeps­ of raadsvergaderingen of andere vergaderingen waarin de afdeling wordt vertegenwoordigd;

      2.  
      3. voor het deelnemen als vertegenwoordiger van zijn vereniging aan 1 algemene vergadering van de centrale organisatie waarbij de vereniging van de werknemer is aangesloten;

      4.  
      5. voor het bijwonen van vergaderingen van internationale organisaties als vertegenwoordiging namens de vakvereniging.

  4.  
  5. Bij een voltijddienstverband wordt aan de werknemer verlof met behoud van salaris en salaris toelage(n) verleend, als hij door een centrale van overheidspersoneel in lid 1 onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen:

       
    1. voor maximaal 216 uur per kalenderjaar voor bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten binnen die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, dan wel binnen de organisatie, als die activiteiten gericht zijn op het ondersteunen van doelstellingen van deze centrale van overheids personeel of de daarbij aangesloten vereniging;

    2.  
    3. als vakbondsconsulent, voor maximaal 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 werknemers en maximaal 100 uur voor een organisatie met meer dan 400 werknemers;

    4.  
    5. als arbeidsvoorwaardenadviseur voor maximaal 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 werknemers en maximaal 100 uur voor een organisatie met meer dan 400 werknemers onder voorwaarde dat per vakcentrale per organisatie verlof wordt toegekend aan maximaal een arbeidsvoorwaardenadviseur; 

    6.  
    7. voor het, op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren, als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten behoeve van de leden van die vereniging van werknemers wordt gegeven, alles te samen voor maximaal 43,2 uur per 24 kalendermaanden.

  6.  
  7. Het verlof in lid 2 en 3 samen, kan voor de werknemer met een voltijddienstverband niet meer bedragen dan maximaal 244,8 uur per 12 kalendermaanden, hierbij geldt dat maximaal 316,8 uur verlof kan worden verleend aan de werknemer die:

       
    1. lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel in lid 1 onder a, nummer 1 of 2 of van een vereniging die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten;

    2.  
    3. lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in lid 1 onder a, nummer 3 of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale.

  8.  
  9. Verlof in de vorige leden kan slechts worden verleend aan de werknemer die lid is van een vereniging in lid 1 onder b.

  10.  
  11. Aan de werknemer die door de vereniging waarvan hij lid is, is aangewezen als deelnemer van het overleg in artikel 12.1 lid 1 wordt verlof met behoud van salaris en salaris­toelage(n) gegeven. Dit geldt voor zowel het bijwonen van het overleg, als voor een vooroverleg.

  12.  
  13. Wat geldt voor het vooroverleg, geldt ook voor de werknemer die door de vereniging waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend deelnemer aan het overleg in artikel 12.1 lid 1.

  14.  
  15. De werkgever kan voor dit artikel aanvullende regels stellen waarbij het verlof in lid 2, 3 en 4 van dit artikel op een lager aantal uur kan worden gesteld. De werkgever overlegt hierover met de vakbonden waarbij rekening wordt gehouden met de lokale situatie.

 

Artikel 12.5 | Onbetaald verlof

 
     
  1. Een werknemer die ook betaald bestuurder is van een vereniging van ambtenaren kan verzoeken om onbetaald verlof. Het verlof wordt gegeven zolang de werknemer betaald bestuurder is. Het verlof wordt gegeven voor maximaal 24 maanden.

  2.  
  3. Tijdens het verlof is het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor voorwaardelijke inkoop gelijk aan de bijdrage die de werkgever voor de werknemer verschuldigd is. Bij deeltijdverlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld. Is het verlof korter dan 3 maanden dan is verhaal van de pensioenpremies niet aan de orde.

 

Artikel 12.6 | Voorkomen benadeling vakbondsvertegenwoordigers

 

De werkgever voorkomt benadeling van een vakbondsvertegenwoordiger als werknemer.

 

Artikel 12.7 | Werkgeversbijdrage

 
     
  1. De werkgever betaalt de vakbonden die partij zijn bij deze cao per kalenderjaar een financiële werkgeversbijdrage via een stichting van deze vakbonden.

  2.  
  3. De werkgeversbijdrage in een jaar is een bedrag gelijk aan de actuele norm van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN), vermenigvuldigd met het aantal werknemers dat op 1 juli van dat jaar een arbeidsovereenkomst met de werkgever heeft.

  4.  
  5. De werknemersbijdrage wordt voor werknemers met een deeltijddienstverband naar rato van hun arbeidsduur vastgesteld.

  6.  
  7. De werkgever verstrekt de in lid 1 genoemde stichting uiterlijk 1 oktober een overzicht van het totaal aantal werknemers op 1 juli van dat lopende kalenderjaar.

  8.  
  9. De stichting stuurt uiterlijk 1 november een factuur naar de werkgever voor het lopende kalenderjaar. De werkgever betaalt de factuur uiterlijk 1 december.

  10.  
  11. Bestaande financiële lokale bijdrageregelingen vervallen per 1 januari 2020. De vakbonden die partij zijn bij deze cao leggen geen nieuwe andere bijdrageregeling voor aan de werkgever.

  12.  
  13. De vakbonden die partij zijn bij deze cao zien af van bevoordeling van georganiseerde werknemers.

 

Artikel 12.8 | Aanwijzing van een onbezoldigde toezichthouder en onbezoldigde opsporingsambtenaar

 

Voor toepassing van artikel 2 onder d van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 is overeenstemming vereist in het lokaal overleg of instemming vereist van de ondernemingsraad.